De kweepeer (ook wel kweeappel genoemd) is een beetje een vergeten
vrucht in Nederland. Dit in tegenstelling tot Griekenland, waar
de kweepeer nog volop in de keuken gebruikt wordt.
De herkomst van de kweepeer ligt in de zuidelijke Kaukasus,
het gebied wat nu Georgie en Armenie is. In Griekenland is het
al vele eeuwen lang een bekende vrucht. Het waren de Romeinen
die de vruchten van Kreta meebrachten en introduceerden in West
Europa. Ze werden bekend onder de naam 'melon kydonion', appel
uit Kydonia. Kydonia was in die tijd de naam van de stad Chania
op Kreta.
De Grieken droegen de kweepeer op aan de godin Afrodite, die
ook vaak met deze 'gouden appel' staat afgebeeld. Ook is het een
symbool voor liefde en vruchtbaarheid.
In mei en juni bloeit deze boom met prachtige witte of licht
rose bloesem. Vanaf half oktober kunnen de vruchten geplukt worden.
Kweeperen zijn geel van kleur en lijken op een dikke, korte
peer. Ze zijn ook vaak wat onregelmatig van vorm. Ze hebben een
vrij groot klokhuis.
Dit fruit is niet echt lekker om rauw te eten. Ze zijn hard
en hebben door hun lage suikergehalte een zure smaak.
In de Griekse keuken worden kweeperen onder andere gebruikt
om traditionele 'gliko koutaliou', zoetje van de lepel, te maken.
Dit zijn gesuikerde vruchten in siroop/gelei. Ze worden op een
klein schaaltje met een lepeltje geserveerd. Gliko koutaliou komt
uit de tijd dat er nog geen koelkasten en diepvriezers waren.
De gesuikerde vruchten bleven zo de gehele winter houdbaar.
Zie hier een recept van gliko koutaliou.